Groninger presenteert ’oplossing mestproblematiek’

krant

Groninger ontwikkelt revolutionaire combi-bemesting

Door Steef van Duin

WEHE DEN HOORN - Orgasol-directeur Dick Oostenbrink is niet voor één gat te vangen. Zijn laatste baan is directeur van Kencica Speciaalmeststoffen in Maastricht, Nederlands kleinste kunstmeststoffenindustrie die hij binnen enkele jaren uitbouwt tot een bloeiende onderneming in korrelmeststof-bouwstenen. Na 12,5 jaar trouwe dienst en de overname van Kencica door de Finse onderneming Kemira keert hij, al die tijd een superforens, naar het Noorden terug. Oostenbrink begint vervolgens midden 1999 voor zichzelf en timmert nu met zijn bedrijf Orgasol aan de weg. Al in 1971 poogt hij een lans te breken voor vloeibare meststoffen. Deze toen tegendraadse actie is niet zonder succes. Via een hem door de toenmalige Agrarische Unie geboden kans introduceerde hij dit type meststoffen. Oostenbrink’s huidige gecomputeriseerde oplossing voor de mestproblematiek is deels op drijfmest, deels op vloeibare kunstmest gebaseerd en wordt onder de paraplu "Orgasol" aan de man gebracht.

Het Noorden, Oostenbrink's basis dus, is gekenmerkt door schone grond en goeie boeren, meldt hij. Deze grond kan, in de pas met de milieuwetgeving, schoon blijven bij een oordeelkundig gebruik van gegarandeerd hoogkwalitatieve mest uit zuidelijker regionen. Dus geen milieuproblemen en een opwaardering van de mest bij gecontroleerd gebruik. Voor de noordelijke bouwboeren komt het  inkomen komt uit hoofdgewassen zoals aardappelen, bieten en graan, stro, McSharry-premies en andere premies die naar verwachting zullen worden afgebouwd. En de drijfmest waaraan zij zo'n vier tot vijf gulden per kubieke meter kunnen gaan verdienen. Ook de noordelijke burgers en buitenlieden zitten niet graag in de stank.

Met dat laatste product houdt Oostenbrink zich intensief bezig. Het probleem bij de toepassing van drijfmest is gesjoemel met de samenstelling, meldt hij, daarmee een gevoelig punt rakend. Dc noordelijke akkerbouwers voelen er niet veel voor om te dienen als mestreservoir en vervolgens een forse overschotheffing op de nek te krijgen. Om die reden moet het uit zijn met allerhande oncontroleerbare bijmengingen. Oostenbrink stelt voor drie weegbruggen in te richten. Eén op de IJsselbrug bij Zwolle, één bij Ommen over de Vecht en één op de Ketelbrug bij de Noordoostpolder. Geen kuub ongecontroleerde, niet-gemengde en ongewogen mest mag het Noorden meer binnenkomen. Uit zijn praktijkervaring weet hij dat de Haagse overheid geen weet meer heeft van wat er zich op het platteland afspeelt. Als er niets gebeurt gaan ook de goeie varkensboeren bij bosjes kapot. De notoire milieuvervuilers in deze bedrijfstak mogen wat hem betreft morgen al op de fles gaan.

De door hem ontwikkelde Orgasol-flowmixer mengt op recept vloeibare kunstmest met vloeibare drijfmest. Het recept wordt als computerprogramma geschreven en is het resultaat van een uitgebreide bodem- en gewasanalyse. Uit deze analyses blijkt wat de grond aan bemesting voor een specifiek gewas nodig heeft. Een high-tech mobiel systeem rijdt over het land en voert een passende bemesting uit. 's Winters wordt het bouwplan door een meststoffendeskundige met de boer doorgesproken. Ter plekke kan per perceel de benodigde hoeveelheid mest met een speciale zakcomputer worden berekend. Basis van deze berekening is goed grondonderzoek en uiteraard de actuele kennis van de boer zelf, verklaart Oostenbrink. De cijfers van de berekende totaalmeststoffen worden vervolgens in een beveiligd deel van de centrale Orgasol-computer opgeslagen. Alleen de boer zelf kan middels een bepaalde code bij deze gegevens, evenals zijn kunstmestleverancier. Bij dit systeem zal communicatie via internet een belangrijke rol gaan spelen. Met behulp van het internet kan via telefoon of glasvezelkabel en mogelijk in de toekomst de satelliet, vanuit de boerderij in een handomdraai verbinding met de centrale Orgasol-computer in Wehe den Hoorn of bijvoorbeeld ACM in Meppel worden gelegd.

De opgeslagen gegevens zijn in het voorjaar basis voor samenstelling van een volgens de Orgasol-directeur afgewogen meststof. Vanzelfsprekend is de benodigde drijfmest eerst uitputtend op gehaltes geanalyseerd. Vervolgens worden de meststoffen uit verschillende tanks zoveel mogelijk ter plekke gemengd en op het door de boer gewenste tijdstip op de juiste diepte, emissiearm, met behulp van de sleepvoetmethode geïnjecteerd. Alles wat de boer aan gegevens nodig heeft is (naast de centrale computer) bij de hand in een door Orgasol geleverde en geprogrammeerde zakcomputer. Met dit  apparaatje kan worden gebeld, gemaild en gefaxt.

De benodigde vloeibare kunstmeststoffen zoals urean (UAN), polyfosfaat (APP), zwavel (ATS), magnesium, natrium, sporenelementen als koper, borium en ijzer en later ook kalk en kalium, komen van de kunstmestleverancier en worden, net zoals de drijfmest, in tanks aangevoerd. Ter plekke worden de vloeibare kunstmest in afgepaste hoeveelheden met de drijfmest gemengd. Vervolgens is het de beurt van de loonwerker die de tank met meststoffen over het land rijdt en de mest injecteert. De sleepvoetmachine heeft vooral op kleigrond voordelen. Ook aan de bandenkeuze is gedacht. Gevaar voor structuurbederf bij toepassing van de speciale computergestuurde mestinjecteurs bestaat er volgens Oostenbrink niet. De akkerbouwer hoeft met op deze manier toegediende mest niet bang te zijn voor een teveel aan nitraat in het bouwland en dus strafheffingen, licht hij met verve toe. Bestaande injecteurs van loonwerkers zijn na enige aanpassing veelal goed te gebruiken. Een investering in de vorm van nieuwe machinerie vraagt het nieuwe bemestingssysteem niet of nauwelijks.